Statuten

Klik hier om dit in .PDF te lezen

Van de statuten van de vereniging, genaamd VELDHOVENSE ZWEMVERENIGING NJORD, gevestigd te VELDHOVEN. De vereniging is opgericht te Veldhoven op 1 juni 1942 en is vanaf 27 juli 1970 opnieuw aangegaan. De statuten van de vereniging zijn eerst op 4 mei 1972 vastgelegd in een notariële akte, voor J.G. Wortelboer, destijds notaris te Veldhoven, verleden. De vereniging is ingeschreven in het Verenigingen register van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Zuidoost-Brabant te Eindhoven onder dossiernummer V 0235790. De statuten der vereniging zijn partieel gewijzigd bij akte op 19 september 1980 eveneens verleden door J.G. Wortelboer voornoemd. Nadien zijn de statuten nogmaals gewijzigd bij akte van statutenwijziging, op 5 april 1993 voor mr. C.A. van Herpen, notaris te Veldhoven, verleden. De statuten der vereniging zijn  tenslotte partieel gewijzigd bij akte van statutenwijziging op 29 november 1995 voor mr. C.A. van Herpen voornoemd, verleden.

Artikel 1. Naam en zetel.
1 –  De vereniging draagt de naam VELDHOVENSE ZWEMVERENIGING NJORD.
2 –  Zij heeft haar zetel in de gemeente VELDHOVEN.

Artikel 2. Duur.
De vereniging welke is opgericht op één juni negentienhonderd twee en veertig, is thans aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 3. Doel.
1 – De vereniging stelt zich ten doel de beoefening van het zwemmen, in de ruimste zin, te bevorderen en  meer algemeen te maken.
2 – De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door het verwerven en het daarna behouden van het lidmaatschap van de Koninklijke Nederlandse Zwembond (afgekort K.N.Z.B.), gevestigd te Nieuwegein, onder erkenning van de K.N.Z.B. als enig besturend en controlerend lichaam op zwemgebied in Nederland.
3 – De vereniging is tevens aangesloten bij de kring Noord-Brabant van de K.N.Z.B. Hetgeen in artikel 8 (verplichting van de leden) wordt gesteld ten aanzien van de K.N.Z.B. geldt tevens voor de kring Noord-Brabant van de K.N.Z.B.

Artikel 4. Boekjaar.
Het boekjaar van de vereniging valt samen met het kalenderjaar.

Artikel 5. Inrichting.
1 – Organen van de vereniging zijn het bestuur, de algemene vergadering alsmede alle overige personen en commissies, die krachtens de statuten door de algemene vergadering belast zijn met een nader omschreven taak en aan wie daarbij door de algemene vergadering beslissingsbevoegdheid is toegekend.
2 – De organen van de vereniging, bedoeld in lid 1 van dit artikel, hebben geen rechtspersoonlijkheid.

Artikel 6. Leden.
1 – Leden van de vereniging zijn natuurlijke personen, die op hun verzoek door het bestuur als lid zijn toegelaten.
2 – Minderjarigen, die als lid wensen te worden toegelaten, dienen bij hun aanvraag een schriftelijke  toestemming van hun wettelijk vertegenwoordiger te overleggen.
3 – Ingeval van niet toelating door het bestuur zal op verzoek van de betrokkene door de eerstvolgende algemene vergadering alsnog over toelating worden beslist.
4 – Personen die door de K.N.Z.B. of de kring levenslang zijn uitgesloten van het recht tot het deelnemen aan enige activiteit dan wel van het recht functies in de K.N.Z.B. te bekleden, kunnen niet als lid van de vereniging worden toegelaten.
5 – De leden worden onderscheiden in:
a. ereleden;
b. leden van verdienste;
c. seniorleden;
d. juniorleden.
6 – Ereleden zijn natuurlijke personen, die op grond van buitengewone verdiensten voor de vereniging op voordracht van het bestuur of van vijf en twintig (25) stemgerechtigde seniorleden door de algemene vergadering als zodanig zijn benoemd. Zij hebben dezelfde rechten en verplichtingen als de overige leden doch zijn vrijgesteld van contributiebetaling.
7 – Leden van verdienste zijn natuurlijke personen, die op grond van bijzondere verdiensten voor de vereniging als zodanig door het bestuur zijn benoemd. Op hen is het bepaalde in de laatste zin van het vorige lid van toepassing.
8 – Seniorleden zijn leden, die op één januari van het betreffende jaar de leeftijd van zestien jaar hebben bereikt.
9 – Juniorleden zijn leden, die op één januari van het betreffende boekjaar nog niet de leeftijd van zestien jaar hebben bereikt.

Artikel 7. Ondersteunende leden.
1 – Ondersteunende leden zijn natuurlijke personen of rechtspersonen, die zich jegens de vereniging verplichten tot voldoening van een jaarlijkse bijdrage, waarvan het minimum door de algemene vergadering wordt bepaald en die door het bestuur als zodanig zijn aangenomen.
2 – Ondersteunende leden zijn geen leden van de vereniging als bedoeld in artikel 6 en hebben geen andere rechten en verplichtingen, dan die welke aan hen bij of krachtens de statuten en reglementen van de vereniging zijn toegekend of opgelegd.
3 – De rechten en verplichtingen van ondersteunende leden kunnen te allen tijde wederzijds worden beëindigd, met dien verstande, dat bij opzegging door een ondersteunend lid de jaarlijkse bijdrage voor het lopend boekjaar voor het geheel verschuldigd blijft.
4 – Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.

Artikel 8. Verplichting van de leden.
1 – De leden zijn verplicht:
a. de statuten en reglementen van de vereniging en de besluiten van de organen van de vereniging, bedoeld in artikel 5, na te leven en de jurisdictie van de daarin vermelde organen te erkennen.
b. zich jegens elkander en ten opzichte van de vereniging te gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd;
c. de belangen van de vereniging en van haar organen, die van de K.N.Z.B. en haar organen en  die van de zwemsport in het algemeen niet te schaden;
d. alle overige verplichtingen te aanvaarden en na te komen, welke uit het lidmaatschap voortvloeien of welke de vereniging in naam van haar leden aangaat.
2 – De leden en andere aangeslotenen alsmede degene, die in de vereniging een functie, welke dan ook, bekleden, onderwerpen zich door de aanvaarding van hun lidmaatschap, aangeslotene zijn of functie tegenover de K.N.Z.B., aan dezelfde verplichtingen, waaraan de vereniging als lid van de K.N.Z.B. is of zal zijn onderworpen, daaronder begrepen mitsdien de verplichting de statuten en de reglementen van de K.N.Z.B. en de besluiten van zijn organen na te leven, alle overige verplichtingen te aanvaarden, welke uit het lidmaatschap van de vereniging als lid van de K.N.Z.B. en lid van de kring Noord-Brabant voortvloeien of welke de K.N.Z.B. in naam van zijn leden aangaat en zich te onderwerpen aan de tuchtrechtspraak, de disciplinaire rechtspraak, de arbitraire rechtspraak en de administratieve rechtspraak, zoals vastgelegd en nader geregeld in de daarop betrekking hebbende reglementen van de K.N.Z.B., evenwel voor wat de door de K.N.Z.B. en/of de kring Noord-Brabant in naam van zijn leden aangegane verplichtingen betreft slechts door zover deze verplichtingen tevens betrekking hebben op de leden van de vereniging. Onder andere aangeslotene worden in dit artikel mede verstaan zij, die op enigerlei wijze min of meer regelmatig van de diensten van de vereniging gebruik maken. De vereniging is bevoegd om in naam van haar leden tegenover de K.N.Z.B. de verplichtingen aan te gaan als in dit lid omschreven.
3 – De vereniging kan daarnaast tegenover derden, voor zover uit deze statuten niet het tegendeel voortvloeit, ten behoeven van haar leden rechten bedingen en, voor zover dit in de statuten uitdrukkelijk is bepaald en onder verwijzing naar artikel 15 de leden 3 en 4, ten hunnen lasten verplichtingen aangaan.
4 – Een besluit waarbij rechten zijn beperkt of verplichtingen zijn verzwaard, is niet op een lid van toepassing indien, met inachtneming van het in artikel 11 lid 5 bepaalde, een lid het te zijnen uitsluit door opzegging van het lidmaatschap.

Artikel 9. Tuchtrechtspraak.
1 – Aan de tuchtrechtspraak van de vereniging zijn alle leden en andere aangeslotenen onderworpen.
2 – In het algemeen zal strafbaar zijn handelen of nalaten in strijd met de statuten, reglementen en/of besluiten van de organen van de vereniging.
3 – Voor zover deze bevoegdheid niet aan een door de algemene vergadering te benoemen commissie belast met de tuchtrechtspraak is opgedragen, is het bestuur bevoegd om ingeval van overtreding als bedoeld in lid 2 van dit artikel de volgende straffen op te leggen:
a. berisping
b. ernstige berisping
c. tuchtrechtelijke boete
d. schorsing
4 – De competentie, samenstelling, bevoegdheden en werkwijze van de in lid 3 bedoelde commissie alsmede de procesgang kunnen nader worden geregeld in een afzonderlijk door de algemene vergadering vast te stellen tuchtreglement.
5 – Tuchtrechtelijke boeten kunnen worden opgelegd tot ten hoogste de door de algemene vergadering vastgestelde maxima.
6 – Schorsing van het lidmaatschap kan worden opgelegd tot ten hoogste de door de algemene vergadering vastgestelde maximumperioden. Gedurende de periode, dat een lid geschorst is, blijft het gehouden aan zijn verplichtingen tegenover de vereniging en heeft het tegenover de vereniging geen andere rechten dan zich te verweren in tuchtzaken, beroep in te stellen en gratie verzoeken.
7 – Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen door de algemene vergadering worden uitgesproken, indien een lid in ernstige mate in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van organen van de vereniging handelt of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
8 – Nadat tot ontzetting is besloten, wordt de betrokkene ten spoedigste door middel van een aangetekend schrijven van het besluit, met opgave van redenen in kennis gesteld.
9 – Zowel bij de behandeling door het bestuur casu quo de tuchtcommissie als bij de behandeling door de algemene vergadering kan betrokkene, indien hij al dan niet op zijn persoonlijk verzoek persoonlijk wordt gehoord, zich door een raadsman doen bijstaan.

Artikel 10. Contributie.
1 – De leden zijn gehouden tot het betalen aan de vereniging van een jaarlijkse contributie, welke door de algemene vergadering wordt vastgesteld. De leden kunnen in categorieën worden ingedeeld, die een verschillende contributie betalen.
2 – Wanneer het lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt blijft niettemin de contributie voor een heel jaar verschuldigd.
3 – Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing tot het betalen van contributie te verlenen.

Artikel 11. Einde lidmaatschap.
1 – Het lidmaatschap eindigt:
a. door overlijden van het lid;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging door de vereniging door het bestuur;
d. door ontzetting overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 lid 7.
2 – Opzegging namens de vereniging kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor een lidmaatschap te voldoen of wanneer hij zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt of wanneer van de vereniging redelijkerwijze niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
3 – Opzegging van het lidmaatschap door het lid of namens de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van een boekjaar en met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste één maand.
4 – Een opzegging in strijd met het in lid 3 bepaalde doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip, volgend op de datum, waartegen was opgezegd.
5 – Een opzegging als bedoeld in artikel 8 lid 4 dient te geschieden binnen een maand, nadat het bedoelde besluit aan het lid is bekend geworden of is meegedeeld.
6 – In afwijking van het in lid 3 bepaalde kan opzegging door een lid met onmiddellijke ingang voorts geschieden binnen één maand nadat hem een besluit tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of een besluit tot fusie is meegedeeld.
7 – In afwijking van het in lid 3 bepaalde kan opzegging door de vereniging met onmiddellijke ingang plaats hebben, indien redelijkerwijze van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap langer te laten voortduren.
8 – Behalve in geval van overlijden wordt een lid, dat heeft opgezegd, geacht nog lid te zijn, zolang het niet heeft voldaan aan zijn geldelijke verplichtingen ten opzichte van de vereniging of zolang enige aangelegenheid, waarbij het lid betrokken is, niet is afgewikkeld, de tenuitvoerlegging van een opgelegde straf daarin begrepen. Gedurende deze periode kan de betrokkene geen rechten uitoefenen.

Artikel 12. Bestuur.
1 – Het bestuur bestaat uit ten minste VIJF meerderjarige leden, die door de algemene vergadering worden gekozen uit de leden, te weten een voorzitter, een secretaris, een penningmeester en tenminste twee andere leden. De funkties van secretaris en penningmeester kunnen ook in een hand verenigd zijn, in welk geval in het bestuur tenminste drie andere bestuursleden zitting hebben.
2 – Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door de algemene ledenvergadering terwijl de voorzitter in functie wordt gekozen. Het bestuur verdeelt de overige functies en doet hiervan mededeling aan de leden.
3 – De voorzitter, de secretaris en de penningmeester, alsmede een door het bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid, indien de functie van secretaris en penningmeester in één hand verenigd zijn, vormen het dagelijks bestuur.
4 – Elk bestuurslid, ook wanneer het voor een bepaalde tijd benoemd is, kan te allen tijde door het orgaan dat hem benoemde worden ontslagen of geschorst. Een schorsing, die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
5 – De bestuursleden worden gekozen voor de tijd van drie jaar, onverminderd het verder in dit lid bepaalde. Jaarlijks treden een of meer van deze bestuursleden af in de algemene vergadering, waarin het bestuur rekening en verantwoording doet over het afgelopen boekjaar volgens een door het bestuur op te maken rooster, ook al is de termijn van drie jaar nog niet dan wel reeds eerder in dat boekjaar verstreken.
De aftredenden zijn, behoudens het in lid 7 bepaalde, terstond herkiesbaar; wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
6 – Tot een week voor de algemene vergadering kunnen door het bestuur of tenminste tien seniorleden kandidaten worden gesteld voor te vervullen vacatures. Door de algemene vergadering zelf kunnen kandidaten worden gesteld bij een besluit genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen.
7 – Het bestuurslidmaatschap eindigt:
a. door overlijden of bedanken:
b. door verlies van de hoedanigheid van lid van de vereniging.
8 – Ieder bestuurslid is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak.  Indien het een aangelegenheid betreft, die tot de werkkring van twee of meer bestuursleden behoort, is ieder van hen hoofdelijk aansprakelijk tegenover de vereniging, tenzij hij bewijst, dat de tekortkomingen niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

Artikel 13. Bestuurstaak.
1 – Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging, terwijl het dagelijks bestuur belast is met de behandeling van alle lopende en spoedeisende zaken.
2 – Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald of het aantal leden van het dagelijks bestuur beneden drie, blijven zowel bestuur als dagelijks bestuur bevoegd, doch is het bestuur verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering bijeen te roepen ter voorziening in de vacatures.
3 – Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies, waarvan de leden door het bestuur worden benoemd en te allen tijde kunnen worden ontslagen. Het bepaalde in artikel 12 lid 4 is daarbij van overeenkomstige toepassing. Onder de door het bestuur in te stellen commissie is niet begrepen:
a. de financiële commissie.
b. de tuchtcommissie; en
c. de commissie van beroep,
welke door de algemene vergadering worden gekozen, indien tot instelling daarvan door de algemene vergadering wordt besloten.

Artikel 14. Vergaderingen van bestuur en dagelijks bestuur.
1 – Tenzij het bestuur casu quo het dagelijks bestuur anders bepaalt, vergadert het betreffende bestuur, wanneer de voorzitter of de secretaris zulks verzoeken.
2 – Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits dit schriftelijk, telegrafisch of per telex geschiedt, alle leden van het bestuur in het te nemen besluit zijn gekend en geen hunner zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet.
3 – Alle besluiten, welke in vergadering zijn genomen, kunnen slechts worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, mits in de betreffende vergadering de volstrekte meerderheid van de in functie zijnde leden aanwezig is, terwijl de besluiten bedoeld in lid 2 slechts kunnen worden genomen met de volstrekte meerderheid van stemmen, die door alle fungerende bestuursleden kunnen worden uitgebracht, ongeacht of deze stemmen alle zijn uitgebracht.
4 – Blanco stemmen worden niet als uitgebrachte stemmen geteld.
5 – Over elk voorstel wordt afzonderlijk en mondeling gestemd, tenzij de voorzitter zonder tegenspraak uit de vergadering een andere wijze van stemmen bepaalt of toelaat.
6 – Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen gehouden, die in de eerst volgende vergadering van het betreffende bestuur worden vastgesteld.
7 – De secretaris neemt de besluiten, welke op de wijze als in lid 2 omschreven tot stand gekomen zijn, in het notulenregister van het betreffende bestuur op en doet daarvan in de eerst volgende vergadering van het betreffende bestuur mededeling.

Artikel 15. Vertegenwoordiging.
1 – De vereniging wordt vertegenwoordigd door het bestuur en daarnaast:
a. hetzij door de voorzitter tezamen met de secretaris, mits deze niet tevens penningmeester is;
b. hetzij door de voorzitter tezamen met een der overige bestuursleden, niet zijnde de penningmeester of de secretaris-penningmeester.
c. hetzij, indien de functies van secretaris en penningmeester in een persoon verenigd zijn, door het derde lid van het dagelijks bestuur tezamen met een der overige bestuursleden, niet zijnde de secretaris-penningmeester.
2 – Aan de penningmeester casu quo de secretaris-penningmeester, die geen statutaire vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft, wordt schriftelijk volmacht verleend tot het innen van de gelden en tot het beschikken over de kasgelden en de bank- en girorekeningen van de vereniging, aan welke bevoegdheid beperkingen kunnen worden gesteld, welke mits gepubliceerd overeenkomstig de wet, door en aan derden kunnen worden tegengeworpen.
3 – Het bestuur is, mits met voorafgaande toestemming van de algemene vergadering, bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het aangaan van overeenkomsten, waarbij de vereniging zich als borg of derde sterk maakt of zich tot zekerstelling voor een schuld van een derde verbindt. De voorwaarde dat er voorafgaande goedkeuring door de algemene vergadering moet worden verleend, kan slechts door de vereniging worden ingeroepen.
4 – Bestuursleden, aan wie hetzij krachtens deze statuten hetzij krachtens volmacht vertegenwoordigingsbevoegdheid is toegekend, oefenen deze bevoegdheid niet uit, dan nadat tevoren een besluit door het bestuur, het dagelijks bestuur, de algemene vergadering of enig ander bevoegd orgaan van de vereniging is genomen, waarbij tot het aangaan van de betrokken de rechtshandeling (en) is besloten. Het ontbreken van een dergelijk besluit kan aan derden niet worden tegengeworpen.

Artikel 16. Rekening en verantwoording.
1 – Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanig aantekening te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
2 – Het bestuur brengt – behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering – binnen vier maanden na afloop van het boekjaar op een algemene vergadering zijn jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders; ontbreekt de ondertekening van een of meer bestuurders dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt. Na verloop van de termijn kan ieder lid van de gezamenlijke bestuurders vorderen dat zij deze verplichting nakomen.
3 – De algemene vergadering benoemt uit de meerderjarige leden een financiële commissie bestaande uit ten minste twee personen, welke personen geen deel mogen uitmaken van het bestuur.
4 – De leden van de financiële commissie worden gekozen voor de duur van twee jaar, onverminderd d het verder in dit lid bepaalde. Jaarlijks treden een of meer leden af volgens een door de financiële commissie op te stellen rooster en wel in de in het betreffende boekjaar jaar te houden algemene vergadering, waarin het bestuur zijn jaarverslag uitbrengt en rekening en verantwoording doet, ook al is de termijn van twee jaar nog niet verstreken. De aftredenden zijn aansluitend slechts eenmaal herkiesbaar.
5 – De financiële commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering van haar bevindingen verslag uit.
6 – De opdracht aan de financiële commissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de verkiezing van een andere commissie.
7 – Het bestuur is verplicht aan de financiële commissie alle door deze gewenste inlichtingen te verschaffen, desgewenst de kas en waarden te tonen en inzage van de bescheiden van de vereniging te geven.
8 – Goedkeuring door de algemene vergadering van de rekening en verantwoording strekt het bestuur tot decharge voor alle handelingen, voor zover die uit de rekening en verantwoording blijken.
Het bestuur is verplicht de bescheiden als bedoeld in de leden 1,2 en 5 tien jaar lang te bewaren.

Artikel 17. Algemene vergadering.
1 -Jaarlijks zal uiterlijk vier maanden na afloop van het boekjaar een algemene vergadering worden gehouden.
2 – De agenda van de in lid 1 bedoelde vergadering bevat ten minste:
a. Vaststelling van de notulen van de vorige algemene vergadering;
b. Vaststelling van het jaarverslag van de secretaris;
c. Behandeling en vaststelling van de rekening en verantwoording over het afgelopen boekjaar;
d. Vaststelling van de jaarlijkse contributie;
e. Vaststelling van de begroting voor het lopend boekjaar;
f. Voorziening in vacatures.
3 – Naast de in lid 1 bedoelde algemene vergadering worden algemene vergaderingen gehouden, wanneer dit door het bestuur nodig wordt geacht, terwijl het bestuur verplicht is op een termijn van vier weken een algemene vergadering bijeen te roepen, wanneer een zodanig aantal leden, dat bevoegd is om tien procent van de stemmen van alle leden uit te brengen, dit schriftelijk aan het bestuur verzoekt onder opgave van de te behandelen punten.
4 -Het bestuur is verplicht binnen veertien dagen aan het in lid 3 bedoelde verzoek gevolg te geven, bij gebreke waarvan de verzoekers zelf tot de bijeenroeping van de algemene vergadering kunnen overgaan en in het voorzitterschap en secretariaat van die vergadering kunnen voorzien.
5 -De algemene vergadering wordt gehouden in de gemeente waarbinnen de vereniging haar zetel heeft en wordt door of namens het bestuur schriftelijk bijeengeroepen door toezending van een oproep, welke de door het bestuur vastgestelde agenda bevat, aan de leden, zulks met inachtneming van een oproepingstermijn van ten minste veertien dagen, de dag van de verzending van de oproep en de dag van de vergadering niet medegerekend.
6 – In spoedeisende gevallen, zulks ter beoordeling van het bestuur, kan de termijn van veertien dagen, genoemd in lid 5, worden verkort tot zeven dagen.
7 – Ingeval de bijeenroeping van de algemene vergadering plaats heeft door de in lid 4 bedoelde verzoekers, heeft deze bijeenroeping plaats door plaatsing van een oproep in het verenigingsblad van de vereniging met vermelding van de te behandelen punten of indien geen verenigingsblad wordt uitgegeven of plaatsing van de oproep om welke reden dan ook binnen een redelijke termijn niet mogelijk blijkt, door plaatsing van de oproep in ten minste één in de gemeente, waarbinnen de vereniging haar zetel heeft, veelgelezen dagblad met vermelding van de te behandelen punten, dan wel, indien de agenda voor de leden op een daartoe geschikte plaats ter inzage wordt gelegd, de vermelding daarvan.

Artikel 18. Samenstelling algemene vergadering.
1 -Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden, voor zover zij niet ten tijde van de vergadering als lid zijn geschorst.
2 – In afwijking van het in lid 1 bepaalde heeft een geschorst lid toegang tot de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld en is bevoegd daarover het woord te voeren.
3 – De voorzitter kan aan andere personen dan leden van de vereniging toegang tot de vergadering verlenen.

Artikel 19. Besluitvorming algemene vergadering.
1 – Alle leden, die ten tijde van de vergadering niet geschorst zijn, hebben stemrecht en wel ieder junior lid één stem en ieder senior lid vijf stemmen.
2 – Ieder stemgerechtigd lid is bevoegd zijn stem te doen uitbrengen door een daartoe schriftelijk gemachtigd ander stemgerechtigd lid, dat echter in totaal niet meer dan de stemmen van twee leden, zijn eigen stem-(men) inbegrepen, kan uitbrengen. Door wettelijke vertegenwoordigers kan als zodanig niet het stemrecht worden uitgeoefend.
3 – Tenzij in deze statuten anders is bepaald worden alle besluiten genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen.
4 – Blanco stemmen worden als niet uitgebrachte stemmen geteld. Als ongeldige stemmen worden in ieder geval aangemerkt uitgebrachte stembiljetten, die naar het oordeel van de voorzitter:
a. ondertekend zijn;
b. onleesbaar zijn;
c. een persoon niet duidelijk aanwijzen;
d. de naam bevatten van een persoon, die niet kandidaat gesteld is;
e. voor iedere verkiesbare plaats meer dan één naam vermelden;
f. meer bevatten dan een duidelijke aanwijzing van de persoon, die is bedoeld.
5 – Alle stemmen over zaken geschieden mondeling, die over personen schriftelijk door middel van gesloten ongetekende briefjes, één en ander tenzij de voorzitter zonder tegenspraak uit de vergadering een andere wijze van stemmen bepaalt of toelaat.
6 – Staken de stemmen over een voorstel, dat niet de verkiezing van personen betreft, dan is het voorstel verworpen.
7 – Verkrijgt bij verkiezing van personen, hetzij uit een bindende voordracht hetzij bij een vrije verkiezing, niemand bij de eerste stemming de volstrekte meerderheid der uitgebrachte geldige stemmen, dan wordt een tweede stemming casu quo tweede vrije stemming gehouden; verkrijgt ook dan niemand de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen, dan vindt een herstemming plaats tussen de twee personen, die de hoogste stemmencijfers hebben behaald of tussen de persoon, die het hoogste stemcijfer heeft behaald en degene die het op een na hoogste stemcijfer heeft behaald. Is op meer dan twee personen het hoogste stemmenaantal uitgebracht of is op twee of meer personen het een na hoogste stemmencijfer uitgebracht, dan vindt tussen hen een tussen stemming plaats om vast te stellen wie in de herstemming komen. Staken bij de tussen stemming of bij de herstemming de stemmen dan beslist het lot.
8 – Een in de algemene vergadering door de voorzitter uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgesteld voorstel.
9 – Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het vorige lid bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan wordt zo nodig het te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vind een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, één stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
10 – Van het verhandelde in elke algemene vergadering worden door de secretaris of door een door deze aangewezen notulist notulen gehouden.

Artikel 20. Bevoegdheden algemene vergadering.
1 – Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan een ander orgaan van de vereniging zijn opgedragen.
2 – De algemene vergadering kan personen aanwijzen en commissies instellen en aan hen beslissingsbevoegdheid toekennen. Deze personen en commissies zijn organen als bedoeld in artikel 5.
De werkwijze en organisatie alsmede de taken en bevoegdheden van deze organen worden met in  achtneming van het in deze statuten bepaalde zo nodig nader geregeld in het huishoudelijk reglement of in afzonderlijke reglementen, welke reglementen worden vastgesteld door de algemene vergadering.
3 – De in het vorige lid bedoelde reglementen mogen niet in strijd zijn met de wet, ook waar het bepalingen betreft, die niet van dwingend recht zijn, noch met deze statuten.

Artikel 21. Statutenwijziging.
1 -De statuten kunnen slechts worden gewijzigd door een besluit van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling, dat in de te houden vergadering een voorstel tot statutenwijziging zal worden behandeld.
2 – Zij, die de oproep tot de algemene vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden behandeld, hebben gedaan, moeten ten minste veertien dagen voor de algemene vergadering een afschrift van het voorstel, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
3 – Een besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen, met twee/derde der geldig uitgebrachte stemmen in een algemene vergadering, waarin zoveel leden aanwezig zijn, dat ten minste de helft van het aantal stemmen van alle leden kan worden uitgebracht.
4 – Indien in een algemene vergadering, in welke krachtens het vorige lid een quorum vereist is, dit quorum niet aanwezig is, wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee weken en niet later dan vier weken na de eerste vergadering. Deze tweede vergadering is bevoegd het besluit tot statutenwijziging te nemen, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde gedeelte der uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal stemmen, dat ter vergadering kan worden uitgebracht.
5 – Een wijziging in de statuten behoeft de goedkeuring van de K.N.Z.B., zolang de vereniging lid van de K.N.Z.B. is.
6 – Een wijziging van de statuten treedt niet in werking dan nadat hiervan notariële akte is opgemaakt.
Ieder bestuurslid is afzonderlijk tot het doen verlijden van deze akte bevoegd.

Artikel 22. Ontbinding en vereffening.
1 – Behoudens het bepaalde in de artikelen 16, 17 en 19 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt de vereniging ontbonden door een daartoe strekkend besluit van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling, dat in de te houden vergadering een voorstel tot ontbinding zal worden behandeld.
2 – Het bepaalde in artikel 21 leden 2, 3 en 4 is van overeenkomstige toepassing.
3 – Indien bij het besluit tot ontbinding geen andere vereffenaars zijn aangewezen geschiedt de vereffening door het bestuur met inachtneming van de bepalingen daaromtrent in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
4 – Het batig saldo na vereffening wordt aangewend voor één of meer door de algemene vergadering, welke tot ontbinding besluit, met volstrekte meerderheid der uitgebrachte geldige stemmen aan te wijzen doelen met het zwemmen in verband staande.
5 – Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de statuten en de reglementen voor zover mogelijk van kracht.
In bescheiden en aankondigingen, die van de vereniging uitgaan, moeten dan aan haar naam worden toegevoegd de woorden ” in liquidatie”.

Artikel 23. Slotbepaling.
In alle gevallen, waarin de wet, de statuten of de reglementen van de vereniging niet voorzien, beslist het bestuur.

Artikel 24. Inwerkingtreding.
Deze statuten treden in werking op de eerste dag volgend op de dag, waarop van deze gewijzigde statuten een notariële akte is opgemaakt.

Goedkeuring K.N.Z.B.
Deze statuten zijn geheel eensluidend met het aan deze akte gehechte ontwerp daarvan, waarop de goedkeuring van de K.N.Z.B. is verkregen blijkens een op dat ontwerp gestelde verklaring.

Comments are closed.